Gezond bouwen


Voor het bouwen van een gezond (of zelfs een gezondmakend) gebouw zijn verschillende aspecten belangrijk. Het kiezen van de juiste bouwmethode en materialen is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van een gebouw maar beïnvloed ook de architectuur en de gezondheid van het binnenklimaat.

Materiaalgebruik

Materialen beïnvloeden de kwaliteit van het binnenklimaat. Het is dus belangrijk materialen waar schadelijke of giftige stoffen uit vrijkomen te vermijden. Omdat dit vaak om niet zichtbare emissies gaat zal dit goed onderzocht moeten worden. Het is niet zo dat biologische materialen altijd gezond zijn: ook in de natuur komen immers zeer toxische stoffen voor. Uit schapenwol komen bijvoorbeeld ongezonde gassen vrij. Ook moeten we ons realiseren wat er gebeurt met vaste deeltjes die door gebruik en slijtage van een materiaal in de binnenlucht terecht komen: ze worden ingeademd. Sommige materialen zijn in staat de hoeveelheid vocht in het binnenklimaat te reguleren,vervuilende stoffen aan zich te binden of CO2 op te nemen. Daarnaast zijn er materialen die bescherming kunnen bieden tegen elektromagnetische straling en materialen waar helende eigenschappen aan worden toegekend.

Ecologische kringloop

Ieder materiaal is onderdeel van een specifieke kringloop. Door bij de materiaalkeuze rekening te houden met deze kringloop kan worden gezorgd dat materialen op het moment dat ze geen onderdeel meer uit maken van de woning (bijvoorbeeld bij sloop) hun waarde niet verliezen door bij het afval terecht te komen. Hierbij speelt niet alleen de materiaalkeuze een rol maar ook de manier waarop de verschillende materialen tot een woning gecombineerd worden. Het is dus noodzakelijk ieder materiaal te beschouwen in zijn volledige kringloop: van de winning of productie van het materiaal tot de recycling of hergebruik van het materiaal of bouwdeel. Hierbij is het belangrijk de levensduur van verschillende bouwonderdelen op elkaar af te stemmen. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met energieverbruik tijdens productie en transport.

Om te voorkomen dat materialen hun waarde verliezen dient de hergebruik of recyclingkringloop oneindig kunnen doorgaan. Dit zogenaamde afval-is-voedsel (C2C) principe betekend dus dat het hergebruiken van materialen niet mag resulteren in een laagwaardiger product. Dus geen oude autobanden gebruiken om verkeerspaaltjes van te maken maar oude autobanden gebruiken om nieuwe autobanden van te maken.